The sea, once it casts its spell,
holds one in its net of wonder forever.

Jacques Cousteau
Posts tonen met het label Selkies. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Selkies. Alle posts tonen

05/01/2013

Verlangen naar de zee



Taggert, een eenzame visser, was op een dag krabben aan het vangen tussen de rotsen. Hij bleef maar zoeken maar hij had slechts een paar beestjes te pakken gekregen.

Van de zware inspanning die hij die dag had geleverd was hij in slaap gevallen in de kajuit van zijn boot. Toen hij rond middernacht wakker werd, zag hij een mysterieuze dans in het maanlicht op het strand. Natuurlijk had hij wel al eens gehoord over Selkies in zijn stamcafé en kende de verhalen van deze verschijningen half mens half zeehond. Toch kon hij zijn ogen niet geloven.

Na een tijdje stopte de dans en keerde ze in koppeltjes van man en vrouw terug naar de zee. De vrouwen waren allen even mooi en lang met gouden haren. Hun ogen straalden kennis uit van zowel land als zee. Toen Taggert één van de Selkies beter bekeek werd hij verliefd op deze half mens half zeehond. Hij besloot vlug van één van de vrouwtjes hun zeehondenvel te pakken en zich stilletjes terug te trekken naar zijn kajuit.

Taggert kon zijn ogen niet geloven toen hij de zes koppeltjes hand in hand over het strand zag lopen. Ze stapten in hun vel en veranderde terug in een zeehond om terug te keren naar de open zee. Één Selkie slaagde er echter niet in om zeehond te worden. Ze vond haar vel dat Taggert al lang mee had genomen, maar niet. Taggert stapte zenuwachtig uit zijn boot en liet door zijn plotselinge verschijning de Selkie schrikken. Ze keek Taggert echter onverstoorbaar aan en vroeg met uitgestrekte armen gewoon haar vel terug.

Waarop Taggert zei:

"O schone vrouwe, ga niet terug naar de zee. Hier kan ik je alles geven alleen al omdat je zo mooi bent. Blijf hier bij mij en word mijn vrouw, trouw met mij".

De Selkie antwoorde echter:

"Ik kan niet lang aan land blijven, mijn huid word droog en zal barsten. Ik verlang naar de zee".

Maar Taggert bleef volhouden en uiteindelijk stemde zij erin toe om zeven jaar bij hem te blijven, tot de zee haar weer zou terugroepen.

Negen maanden later kregen ze een zoon. De jongen was sterk en gezond en moeder en zoon hielden zielsveel van elkaar. Toen de zeven jaar voorbij waren, vroeg de Selkie aan haar man haar huid terug.

"De zee roept me" zei ze droevig.

Droevig omdat ze evenveel van de zee hield als van haar zoon. Voor haar was het dus een moeilijke beslissing. Niet voor Taggert die alleen het beste voor zichzelf wou.

"Hoe kan je dat nu vragen? zei hij brutaal "Heb je ooit wel gehouden van mij als ik van jou?".

Ze verdedigde haar;

"Natuurlijk wel, maar kijk eens naar mijn huid! Het begint te drogen en te barsten. Kijk ook eens naar mijn ogen die al meer dan zeven tranen hebben gehuild. Als ik niet spoedig naar de zee terugkeer zal ik sterven".

Maar het enige wat Taggert kon zeggen was:

"Onzin!".

Hij sloeg de deur dicht en liep woedend naar zijn boot die hij sinds hij zijn Selkievrouw ontmoet had 'Ondine' had genoemd wat 'meisje uit het water' betekend.

Hun zoon, die de ruzie had gehoord, wist wat hem te doen stond. Hij keek net zo lang uit het raam totdat zijn vader helemaal uit het zicht verdwenen was. Hij liep naar de plaats waar zijn vader de huid had verstopt en kroop op kousenvoetjes terug. Met verbazing hoe de huid schitterde in het zonlicht, en hoe zacht het aanvoelde, gaf hij het met zijn strelende vingers terug aan zijn moeder.

"Hier, trek het snel aan voor hij weer terugkomt".

Hoewel zijn moeder wist dat haar zoon gelijk had keek ze aarzelend, door haar tranen door naar haar zoon. Ze zou hem missen ging het door haar hoofd. Toch volgde ze zijn advies op, en ze liepen naar het strand. Ze knoopte haar jurk open en liet hem vallen in het zand.

Opeens klonk er een woedende schreeuw achter hun. Toen ze zich omdraaide zagen ze rennende Taggert die "Nee!" riep. De zoon zag de blik in zijn moeders ogen.

"Ga met liefde, niet uit woede" zei hij met een liefdevolle blik.

Vlug stapte ze in haar huid, sprong in de zee, en zwom tot de golven haar overnamen. Na die dag zwom er elke avond een zeehond voorbij hun huis langs de kust, en bracht dan twee grote vissen mee. Taggert en hun zoon zaten elke avond buiten te wachten op die zeehond. Deze keek hen dan aan met grote donkere ogen waaruit telkens zeven tranen uit leken te druppelen.

Geschreven door Kim Troubleyn

Selkies

Photobucket

Selkies zijn een mythologisch zeevolk uit de Ierse en Schotse folklore. Men zegt dat een selkie een robbenman of robbenvrouw is, welke rond de eilanden aan de kust leven en evenals robben duiken naar vis, maar aan land kunnen komen in menselijke gedaante, waarbij ze hun robbenhuid afwerpen. De verhalen en legende van de Selkies stammen oorspronkelijk af van de Orkney en Shetland eilanden.

Selkies spelen al eeuwen een rol in sprookjes en fabels uit Ierland en Schotland. In sommige verhalen weet de mens niet dat zijn/haar geliefde een Selk is, maar pas als hij/zij op een dag 's ochtends wakker word en de partner er niet meer is.

In andere verhalen verstopt of verbrandt de mens de robbenhuid, waardoor de Selk niet meer terug kan keren naar zee. Een Selk kan eens in de zeven jaar een kort contact leggen met een mens, maar langer wanneer de robbenhuid verstopt of verbrandt word.

Photobucket

De boer en de Selk

Op een eiland genaamd Kallsoy, woonde een eenzame boer
in het dorpje Mikladalur.

Hij was zo eenzaam, dat hij op een dag besloot naar het strand te gaan om de Selkies op zee te zien dansen. Hij neemt de robbenhuid van een prachtige Selkie vrouw af en verstopt deze in een kist. Hij doet de kist op slot en draagt de sleutel ten allen tijde bij zich. Zo dwingt hij haar om met hem te trouwen, want zonder haar robbenhuid kan ze niet terug naar zee. Ze krijgen samen kinderen en zijn ogenschijnlijk gelukkig.

Op een dag gaat de boer de zee op om te vissen en realiseert zich dat hij de sleutel is vergeten mee te nemen. Bij zijn thuiskomst heeft zijn vrouw de kinderen achter gelaten en is spoorloos verdwenen. Later, wanneer de boer wederom op zee is, dood hij de nieuwe Selkie man en twee Selkie zonen.

Er steekt een verschrikkelijke storm op en zijn Selkie vrouw zweert wraak te nemen op de boer, door zoveel mogelijk mannen van het eiland te doden. Sommigen zullen verdrinken, sommigen zullen van kliffen en rotsen vallen en dit zal net zolang doorgaan tot alle doden elkaars handen vast kunnen houden rondom het eiland Kallsoy.

Selkiemannen en vrouwen

Photobucket

Selkie mannen zijn knap en aantrekkelijk. Ze verleiden vrouwen op het land, meestal degene die bedroefd en kwetsbaar zijn, zoals vissersvrouwen die wachten op de terugkomst van hun man.

In de meeste verhalen over "Selkies" zijn deze wezens aardig en lijken op grijze zeehonden. Ze kunnen hun zeehondenhuid afwerpen en zo een menselijke vorm aannemen om eventueel zich op het land te gaan vestigen. Voor ze dat kan doen moet ze eerst zeven tranen huilen in de zee. Ze moet dan haar huid gaan begraven en trouwen met een man, meestal zal dat een visser zijn omdat die ook dicht bij de zee staan. Vaak vind ze haar huid een paar jaren later weer en zal ze terugkeren naar haar thuisfront, de zee.

Als een man de huid steelt van een Selkie vrouw, heeft hij haar in zijn macht en moet ze met hem trouwen. Selkie vrouwen verlangen altijd terug naar de zee en zodra de kans zich voordoet, bijvoorbeeld als ze haar huid terugvind, keert ze direct terug naar de zee en soms naar haar Selkie man. Het kan ook voorkomen dat één van haar kinderen de huid vind, waarna de Selkie vrouw ook terugkeert naar zee. Alhoewel er gezegd word dat de Selkie vrouw nooit terugkeert naar haar man, word er wel eens gezegd dat ze de kinderen bezoekt en met ze speelt op het strand.

Oorsprong

Waar het geloof in Selkies vandaan komt is volgens een folklore specialist gebaseerd op de verhalen over behaarde Finnen, varend in kajakken. Een andere theorie is dat Spaanse schipbreukelingen erg leken op zeehonden en robben door hun zwarte haar. En weer een andere theorie is dat verdronken mensen transformeren in Selkies.

Woe is me, oh, woe is me!
For I have seven bairns on land,
And seven in the sea!

The Seal’s Skin,
Icelandic folktale