The sea, once it casts its spell,
holds one in its net of wonder forever.

Jacques Cousteau
Posts tonen met het label Waddeneilanden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Waddeneilanden. Alle posts tonen

24/10/2012

Eiland hoppen


Wadden hoppen is de afgelopen jaren meer en meer populair geworden. Het is geweldig om per boot van eiland naar eiland te varen en zo heel veel in korte tijd te zien.

Wat is eilandhoppen?

Als je een gebied met meer dan één eiland in korte tijd wil zien dan is eilandhoppen een graag gewilde vakantievorm. Je reist naar een eiland en vervolgens verblijf je daar 1 of 2 dagen. Vervolgens reis je met de veerboot verder naar een volgend eiland. Ook daar blijf je weer korte tijd en je reist weer verder. Op deze manier kun je in relatief korte tijd een hele groep eilanden zien en naderhand vertellen waar je overal bent geweest.

Het is zeker aan te raden voor mensen die in korte tijd veel willen zien. Slechts oppervlakkig krijg je een indruk van het eiland.

Je moet er een liefhebber van zijn. Als je langer op een en hetzelfde eiland verblijft kun je het goed verkennen en de cultuur en sfeer beter proeven. Bovendien ben je bij een langer verblijf in staat om ook de uithoeken van een eiland te bezoeken, vaak de mooiste en interessantste plekken.

Je zult eerder aan eilandhoppen doen als je in het buitenland bent, in een gebied waar je waarschijnlijk geen tweede keer meer komt. Juist dan kan het een verrijking zijn om meer dan één eiland van een eilandengroep te bezoeken.

Nederland

Alle vijf de Waddeneilanden zijn geweldig om te bezoeken. Je vindt op Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog altijd de rust, ruimte en de meest bijzondere natuur. Ook in de zomer, als er relatief meer toeristen zijn, bieden de Waddeneilanden genoeg plekken voor de liefhebbers van dit unieke gebied. Als je niet besluiten kunt, welk eiland je het liefst zou bezoeken, dan kun je dankzij de goede veerbootverbindingen ook meerdere eilanden bezoeken door, zoals men het noemt, te Waddenhoppen.

In het zomerseizoen is het mogelijk van eiland naar eiland te reizen. In veel gevallen kan de fiets mee overvaren. Vooraf reserveren is in de meeste gevallen noodzakelijk. Neem bij windkracht 7 of meer vooraf contact op met de schepen.

Rederijen hopboten

Tussen de eilanden varen er in de lente en de zomer hopboten (tussen Vlieland en Terschelling zelfs het hele jaar).

10/10/2012

Duitse waddeneilanden


Nederlanders gaan graag op vakantie naar hun eigen waddeneilanden. Maar wat velen niet weten is dat het niet ophoudt bij Schiermonnikoog, er zijn namelijk ook nog de Duitse wadden.

Waar je je prima kunt vermaken en de stranden net iets witters zijn. Zelfs in de winter kun je hier goed terecht om uit te waaien en te relaxen.

Het strand van Borkum

Duitsland heeft zeven Waddeneilanden voor de kust van Oost-Friesland liggen die erg de moeite waard zijn. Reizigers die alle Nederlandse Waddeneilanden gezien hebben en iets nieuws willen raad ik aan eens naar Borkum, Juist, Norderney, Baltrum, Langeoog, Spiekeroog of Wangerooge te gaan. Ook voor een lang weekend heb je er al een heel leuke reisbestemming aan. De eilanden Juist en Norderney valt een beetje te vergelijken met Vlieland en Terschelling.

 Juist is autovrij en heel rustig. Op Norderney valt meer te beleven. Norderney is in het verleden ook een zomerresidentie van de koningen van Hannover geweest. Een kroonprins is hier zelfs bijna in zee verdronken. Een monumentje gedenkt de redders. Voor de boottocht naar Juist ben je afhankelijk van het tij. Kijk van te voren dus goed naar de dienstregeling, want die is onregelmatig. Als je een fiets huurt kun je op een dag het hele eiland Juist wel verkennen. Norderney is groter. Daar kun je ook van bussen gebruik maken, of een deel van het eiland op de fiets verkennen.

Eilanden bewoond

Borkum


Borkum is het meest westelijke bewoonde eiland in het Duitse waddengebied. Met een grootte van 3100 hectare is Borkum het grootste eiland van de deelstaat Nedersaksen. In 2003 woonden hier zo'n 5500 mensen. Borkum is vooral bekend als kuuroord, maar kent daarnaast ook enkele interessante duin- en kweldergebieden. De geschreven geschiedenis van het eiland gaat terug tot in de Romeinse tijd.

De stad Borkum ligt op de westkant van het eiland,'Westland' genoemd. Het 'Ostland' is sinds 1752 bewoond. Westland en Ostland waren toen nog twee gescheiden eilanden. Door de bouw van de Hindenburg-Dam en de daarop volgende vorming van nieuwe duinen tussen beide eilanden kwamen deze in 1860 aan elkaar vast te zitten. Het eiland Borkum was toen gevormd.

Juist


Juist ligt tussen Borkum en Norderney. Met zijn 17 kilometer is dit het langste van de waddeneilanden in het Duitse Oostfriesland. Het is maar een paar honderd meter breed. Tegenwoordig wonen er ongeveer 1700 mensen. Juist is nagenoeg autovrij: alleen de hulpdiensten hebben auto's. De rust, het lange zandstrand en de fraaie duin- en kweldergebieden maken het eiland tot een populaire vakantiebestemming.

Norderney


Norderney ligt tussen Juist aan de westkant en Baltrum aan de oostkant. Dit op één na grootste van de Nedersaksische eilanden en is ongeveer 14 kilometer lang, maximaal 2 kilometer breed en heeft een oppervlakte van 2.530 hectare. Het heeft ongeveer 6.200 inwoners. Naast Borkum is Norderney het enige Nedersaksische eiland waar autoverkeer is toegestaan, al zijn er wel beperkingen van toepassing. Op Norderney werd het eerste Duitse Noordzeebad gesticht, en nog steeds kent het eiland een uitgebreide kuurcultuur. Jaarlijks bezoeken meer dan 200.000 gasten het eiland.

Baltrum


Het eiland Baltrum ligt tussen de eilanden Norderney in het westen en Langeoog in het oosten en hoort bij de deelstaat Nedersaksen. Het eiland is tegenwoordig 6,5 vierkante kilometer groot, 5 kilometer lang en 1 kilometer breed. Er wonen ruim 500 mensen. Er komen vooral gezinnen, ongeveer 50.000 bezoekers per jaar, naar dit eiland van rust. Baltrum geldt naast Langeoog als het beste surfgebied in het Nedersaksische waddengebied.

Natuur

Zoals alle Oostfriese eilanden heeft ook Baltrum een kenmerkende opbouw van landschapstypen. Achter het Noordzeestrand liggen de duinen, die het eiland tegen overstromingen beschermen. De duinen op Baltrum zijn nog erg natuurlijk en in de vochtige duinvalleien groeien zeldzame planten. De zoetwatervoorraad in de Baltrumse duinen is niet aangetast omdat er een drinkwaterleiding van het vasteland naar het eiland loopt. Achter de duinen liggen de kleigronden, die door een dijk beschermd zijn tegen de Waddenzee. De kwelders staan nog onder de invloed van het getij, zij vormen de overgang tussen het eiland en de wadden.

Vervoer

Het autoloze eiland is met een veerverbinding binnen 30 min te bereiken vanaf Neßmersiel. De boot vaart bij hoog water.

Langeoog


Langeoog ligt tussen de eilanden Baltrum in het westen en Spiekeroog in het oosten en hoort bij Nedersaksen. Het heeft een oppervlakte van zo'n 20 vierkante kilometer. De lengte is 11 kilometer, de gemiddelde breedte zo'n 1,5 kilometer (maximale breedte 4 kilometer). Het eiland is nagenoeg autovrij. Er leven tegenwoordig zo'n 2100 mensen. Per jaar bezoeken 100.000 mensen het eiland.

Spiekeroog


Spiekeroog ligt tussen de eilanden Langeoog in het westen en Wangerooge in het oosten en hoort bij Nedersaksen. Het heeft een oppervlakte van zo'n 18 vierkante kilometer en is ongeveer 12 kilometer lang. Spiekeroog heeft een authentiek eilandkarakter behouden. Er wonen ongeveer 700 mensen en jaarlijks komen rond de 50.000 bezoekers naar het eiland. Op het eiland rijden geen auto's (met uitzondering van de brandweer en de ambulance) en fietsers worden ook niet graag gezien. Een fietsverhuur bestaat hier niet (is ook niet nodig, want alles is lopend te bereiken).

Wangerooge


Wangerooge is het meest oostelijk gelegen eiland in het Nedersaksische waddengebied. Het ligt ten oosten van Spiekeroog. Wangerooge is het eiland met de oudste vuurtoren van de Duitse Noordzeekust. Sinds 1800 is het eiland een badplaats. In de Tweede Wereldoorlog kreeg Wangerooge het zwaar te verduren vanwege de strategische ligging aan de vaarroute naar Wilhelmshaven, de thuishaven van de Duitse Marine. Ten zuidoosten van Wangerooge ligt het onbewoonde eilandje Minsener Oog.

Op Wangerooge kan men vervolgens vanaf de steiger in het westen met een smalspoortreintje naar het dorp in het midden van het eiland rijden. Op het eiland mogen geen auto's rijden.

Neuwerk


Het eiland Neuwerk is 3 vierkante kilometer groot; het duurt maar een uur om het eiland rond te lopen. Neuwerk ligt in het Hamburgse gedeelte van de Waddenzee, tussen de mondingen van de Elbe en de Weser. Het hele eiland wordt door dijken beschermd. Er wonen 33 mensen op Neuwerk. De oostelijke kwelder behoort tot de kernzone van het Nationale Park "Hamburgisches Wattenmeer" en is streng beschermd. Neuwerk was ooit een duineiland. Het 'wandelde' in de richting van het vasteland en kwam op het hoger gelegen wad tot rust. Vroeger werd Neuwerk doorsneden met geulen. Op de kwelders graasde het vee van de boeren die op de hogere droge zandgronden woonden. In 1556 werd Neuwerk ingepolderd. Tijdens de zware stormvloed van 1825 kreeg Neuwerk zijn huidige vorm. In 1929 werd met landaanwinning aan de oostkant van het eiland begonnen. Vanaf de Tweede Wereldoorlog werden de landaanwinningswerken niet verder onderhouden. Vandaag de dag is Neuwerk een eiland met een polderkarakter, de duinen van het vroegere Neuwerk zijn verdwenen. Een groot deel van het eiland bestaat uit kwelders, die door rijzendammen en zomerdijken tegen afbraak beschermd worden.

Pellworm


Pellworm ligt in de Noordfriese Waddenzee ten westen van Nordstrand. Het eiland is 38 vierkante kilometer groot. De dijk eromheen is 8 meter hoog en 25 kilometer lang. Er wonen zo'n 1200 mensen op Pellworm en het hoort bij Sleeswijk-Holstein

Pellworm maakte vroeger deel uit van het gebied rond Strand. Door de verwoesting van de 'Utlande' rond Strand en het eiland Strand zelf, ontstond na de stormvloed van 1362 het eiland 'Alt-Nordstrand'. Latere stormvloeden zorgden voor een afbraak van Alt-Nordstrand, dat in de stormvloed van 1634 voorgoed verwoest werd. Uit het grote eiland Alt-Nordstrand ontstonden de eilanden Pellworm en Nordstrand en de hallig Nordstrandischmoor. In de daarop volgende jaren begonnen de bewoners het resterende land in te polderen.

Tijdens laag water is het mogelijk om van de dijk bij Westerkoog naar de Hallig Süderoog, die ongeveer 5 kilometer ten zuidwesten van Pellworm ligt, te wadlopen. Deze tocht mag alleen onder begeleiding plaatsvinden, onder andere het 'Schutzstation Wattenmeer' organiseert deze tochten.

Sylt


Sylt ligt in de Noordfriese Waddenzee tussen het Deense eiland Rømø in het noorden en Amrum in het zuiden. Van alle Noordfriese eilanden ligt het eiland het verst naar het westen. Met zijn 100 vierkante kilometer is Sylt momenteel het grootste waddeneiland van Duitsland. Van noord naar zuid meet Sylt 40 kilometer, van oost naar west is Sylt tussen de 200 meter en 12,5 kilometer breed.

Sylt hoort bij Sleeswijk-Holstein. Sinds 1927 is Sylt door de Hindenburgdam met het vasteland verbonden. Over de dam loopt de spoorweg.

Föhr, Amrum en Sylt hebben een andere ontwikkelingsgeschiedenis dan de andere Noordfriese eilanden. Föhr, Amrum en Sylt bestaan uit de restanten van de ijstijd in het saalien. De geestgronden bedekken veruit het grootste deel van Sylt. Het zijn afzettingen uit de laatste ijstijd die zijn samengesteld uit zand, keileem en zwerfstenen.

Al sinds de Middeleeuwen vechten de mensen op Sylt tegen het landverlies. Door de voortdurende afbraak wordt het eiland steeds kleiner. Met kustverdedigingswerken, zoals strekdammen en betonblokken, probeert de mens het zand op het strand te houden en daardoor de duinen te beschermen. Daar waar het strand als badstrand gebruikt wordt, wordt met dure zandsuppleties geprobeerd het verlies aan strand te compenseren. Door zandtransport, evenwijdig langs de kust, zijn op Sylt(net als op Amrum) zandhaken ontstaan.

Het rode klif

De duinen op Sylt zijn hier en daar volstrekt uniek. Bij het plaatsje Kampen is er het Rote Kliff. Dit is een 25 meter hoge koperkleurige duinwand. Er zijn nog meer kliffen zoals het Morsum Kliff, het Grüne Kliff en het Weiße Kliff. Bij List, het noordelijkste stadje op Sylt ligt het natuurreservaat van de wandelende duinen. Deze 1000 m lange en 30 m hoge duinen van kwartszand verplaatsen zich naar het oosten met een snelheid van 6 m per jaar.

04/10/2012

Dag naar het eiland Texel


In Den Helder ben je bij de TESO, de veerboot naar Texel. Met een vaartocht van 20 minuten ben je snel aan de overkant. Op Texel is van alles te zien en te beleven onder andere Ecomare (zeehondenopvang), juttersmusea, gezellige dorpjes, bezoek aan de vuurtoren, enzovoort.


De overtocht is al leuk.


En de heerlijk stille plekjes in de natuur
zijn er ook ...


Maar ook de verschillende dorpen zijn heel gezellig. Zoals Den Burg met het woonwinkeltje Kees de Waal. Van vloer tot plafond gevuld met de meest leuke woonaccessoires.


Zoals bijvoorbeeld deze ...


Terrassen zijn er overal in overvloed ...


Maar ook zijn er nog stille stranden aan de Waddenzee ...


Met gewoon alles wat bij het strand hoort ...


Ja ... ook deze.

Bron Tekst

28/09/2012

Schiermonnikoog


Schiermonnikoog (Eilanders: Lytje Pole; Fries: Skiermûntseach) is vanuit het westen gerekend het vijfde bewoonde Nederlandse waddeneiland en behoort tot de provincie Friesland. Het gehele eiland valt onder één gemeente, die dezelfde naam draagt.

Met slechts 942 inwoners is Schiermonnikoog de kleinste gemeente van Nederland qua inwoneraantal. De gemeente leeft voornamelijk van toerisme. Het eiland wordt geprezen om zijn rust, die onder andere in stand wordt gehouden doordat bezoekers hun auto op de vaste wal moeten achterlaten.

Kernen van Schiermonnikoog

Het gelijknamige dorp Schiermonnikoog is de enige plaats in de gemeente. Plaatselijk wordt dit dorp ook wel Aisterbun oftewel 'Oosterburen' genoemd. Het dorp dateert uit 1719, dat in opdracht van de familie Stachouwer gebouwd werd, omdat het oorspronkelijke dorp Westerburen, langzaam door de zee werd verzwolgen. Het dorp valt tegenwoordig onder de zogenaamde beschermde stads- en dorpsgezichten in Friesland.

Na de Tweede Wereldoorlog verrees aan de zuidkant van het dorp een nieuwe wijk, die door de bewoners Nieuw-Dokkum wordt genoemd. In deze wijk staat een vmbo-school en een sporthal.

Ter herinnering aan de monniken van Klaarkamp is in 1961 in het dorp een standbeeld van een monnik onthuld, gemaakt door Martin van Waning. Na 1995 is een nieuwe wijk gebouwd aan de oostkant van het dorp.Van de 3 nog aanwezige kerken heeft de Hervormde Kerk de uitgebreidste en oudste historie. Deze is terug te voeren naar de tijd toen het dorp Westerburen in de golven verdween.


Ligging van Schiermonnikoog

Schiermonnikoog grenst ten noorden aan de Noordzee, en ten zuiden aan de Waddenzee. Ten westen ligt Ameland en ten oosten Rottumerplaat en de zandplaat Balg. Rederij Wagenborg onderhoudt een veerdienst tussen Lauwersoog en Schiermonnikoog. De totale lengte is 18 km en de totale lengte van de fietspaden is 30 km.

Het eiland schuift door afkalving en aanslibbing steeds verder naar het oosten. Anno 2005 lag het oostelijk deel van het eiland op dezelfde locatie als het westen van het vergane eiland Bosch. Een kilometer van het oostelijk punt van het eiland, een gebied dat overigens bij hoogwater onder water staat, was in de provincie Groningen komen te liggen. Per 1 januari 2006 is de grens gecorrigeerd. Deze loopt nu door de geul de Eilanderbalg. De voornaamste reden voor de grenswijziging was het scheppen van duidelijkheid omtrent de verantwoordelijkheid voor rampenbestrijding omdat bovenlangs de Waddeneilanden veel schepen met giftige lading varen.

Geschiedenis van Schiermonnikoog

Schiermonnikoog lag lange tijd vast aan de rest van Friesland. Het eiland werd gevormd na de Watersnood van 1287. Van de geschiedenis van Schiermonnikoog voor de middeleeuwen is niets bekend. In de middeleeuwen was Schiermonnikoog een onderdeel van het Cisterciënzer klooster Claercamp uit Rinsumageest bij Dokkum. De monniken van het klooster, die land indijkten, droegen grijze pijen. Zo ontstond de naam: schier betekent grijs, en oog is etymologisch hetzelfde als ei in eiland. In 1440 wordt de naam Schiermonnikoog voor het eerst in een akte genoemd. In 1580 werd Friesland protestant. Het klooster verloor alle bezittingen, en Schiermonnikoog werd onderdeel van de provincie Friesland.

De provincie verkocht het eiland wegens geldgebrek, en tussen 1638 en 1945 was Schiermonnikoog daardoor weer particulier eigendom. De familie Stachouwer bezat het eiland van 1640 tot 1859. Catharina Maria Stachouwer was tussen 1741 en 1761 voor twee derde eigenaar van het eiland. Zij liet zich Freule van Schiermonnikoog noemen. Haar eigenzinnige optreden bracht haar in aanvaring met de plaatselijke bevolking, en tot tweemaal toe riep zij bescherming van de Staten van Friesland in.

Van 1859 tot 1892 was het eiland bezit van de Hagenaar John Eric Banck. Deze liet een nieuwe waddendijk aanleggen, en liet de duinen beplanten met helmgras om zandverstuivingen tegen te gaan. De Duitse graaf Hartwig Arthur von Bernstorff-Wehningen kocht het eiland in 1893 voor 200 000 gulden. Hij liet naaldbossen aanleggen voor de houtproductie. Toen hij in 1940 overleed, erfde zijn zoon graaf Bechtold Eugen von Bernstorff het eiland.

Schiermonnikoog werd gedurende de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers bezet. Zij bouwden ten noordoosten van het dorp een radarpost en legden een smalspoorlijn aan voor het transport van per schip aangevoerd bouwmateriaal. Toen in april 1945 de provincie Groningen werd bevrijd door de Canadezen, vluchtte een groep van ongeveer 120 SS'ers naar het eiland waar nog steeds een Duits garnizoen aanwezig was. Op 11 juni werden de laatste 600 man Duitse troepen op Schiermonnikoog door de Canadezen afgevoerd. Eind 1945 werd het eiland door de Nederlandse staat geconfisqueerd, omdat het als vijandelijk vermogen werd beschouwd. Graaf Bechtold Eugen von Bernstorff kon het goed vinden met de eilanders maar kon desondanks niet voorkomen dat het eiland van hem zou worden afgenomen. Na de Tweede Wereldoorlog eiste de Nederlandse regering via een noodwet alle bezittingen op van de Duitsers, NSB'ers en landverraders, en dus ook Schiermonnikoog. Ook in Duitsland werden grote delen van zijn bezit door de Russen afgenomen. In 1964 probeerde de graaf Schiermonnikoog terug te krijgen. Toen dat mislukte eiste hij een schadevergoeding van de Duitse staat. Bijna veertig jaar na de confiscatie kreeg hij in 1983 een schamele vergoeding van slechts 80 000 Duitse Marken. Graaf Bechtold Eugen von Bernstorff overleed in 1987.

Taal van Schiermonnikoog

De bevolking spreekt van oorsprong een sterk van het Standaardfries afwijkend dialect, het Eilanders of Schiermonnikoogs. Door toenemende invloeden van buitenaf werd het dialect langzaam verdrongen door het Nederlands. Momenteel zijn er nog slechts zo'n honderd mensen die het dialect kunnen spreken. Zij noemen hun eiland Lytje Pole, letterlijk 'Kleine Pol'.

Folklore in Schiermonnikoog

Rond Pinksteren wordt Kallemooi gevierd, een feest dat vandaag de dag uitsluitend nog op Schiermonnikoog wordt gevierd. Op en rond 5 december viert men Klozum.

De haven van Schiermonnikoog

De haven van Schiermonnikoog bij eb

De jachthaven van Schiermonnikoog, één van de zeventien Waddenhavens, is gesitueerd aan de zuidwestkant van het eiland aan de oude Veerdam. Het biedt van eind april tot half september ruimte en faciliteiten aan 120 schepen. De haven is een echte getijdehaven: de toegang is bevaarbaar vanaf ongeveer twee uren voor hoogwater tot twee uur na hoogwater. Met laagwater staat er in de haveningang slechts ongeveer 10 cm, bij hoogwater 1,50 m. water. De aanvaarroute is aangegeven met prikken die, samen met een recente waterkaart, noodzakelijk zijn om de haven te bereiken. Charterschepen kunnen afmeren aan de kop van de oude Veerdam en vallen helemaal droog. Droogvallen kan ook op de plaat ten oosten van de haven, bij laagwater is dan de kant bereikbaar.

Meer over Schiermonnikoog

Bron tekst:

12/09/2012

Griend



Griend of Grind is een klein Nederlands Waddeneiland, gelegen op ongeveer twaalf kilometer ten zuidwesten van het Waddeneiland Terschelling. Het onbewoonde eiland maakt deel uit van de Grienderwaard, een deel van de Waddenzee, en behoort tot de gemeente Terschelling.


Griend bestaat uit een strandwal, een begroeide kwelder en slikken. Het is alleen van april tot juli bewoond. Dan bivakkeren hier twee vogelwachters in een bijzonder onderkomen. Als je met de boot naar Terschelling of Vlieland vaart, zie je het staan. Om dit unieke vogelreservaat zo veel mogelijk met rust te laten, is het niet toegankelijk voor publiek, maar je kunt de belevenissen van de vogelwachters op de voet volgen via hun weblog. Onlangs gaven ze een interview voor het Terschelling Magazine, dat voorjaar 2012 uitkwam.

In de Middeleeuwen was het eiland bewoond en bevond zich er een ommuurde nederzetting met de naam Stedeke Grint of Gryn met een klooster. Als gevolg van de voortdurende kustafslag werd Griend steeds kleiner. De nederzetting verdween door de Sint-Luciavloed in 1287. Griend werd sindsdien tot in de achttiende eeuw bewoond door enkele veehouders, die hun woonsteden op kunstmatig opgeworpen terpen hadden gebouwd. Rond 1800 was Griend nog 25 hectare groot, maar het eiland verplaatste zich in zuidoostelijke richting met een snelheid van 7 meter per jaar. De bewoners hadden het eiland inmiddels verlaten. Het eiland werd vanaf dat moment gebruikt door bewoners van Terschelling als weidegebied voor schapen en voor de winning van hooi. Ook werden de eieren van meeuwen en sterns geraapt voor de consumptie. De Vereniging Natuurmonumenten kocht het recht op het maaien van gras in1916 af, en probeerde door het bewaken van de vogelkolonies het rapen van eieren tegen te gaan. De afslag van het eiland raakte na de aanleg van de Afsluitdijk in een stroomversnelling. Het huidige eiland Griend ligt niet op de locatie van het eiland dat in de Middeleeuwen bewoond was, maar iets verder naar het zuidoosten.

Griend nu

Het eiland is onbewoond en onbebouwd op een vogelwachtershuis na, dat een groot gedeelte van het jaar wordt gebruikt als onderdak voor vogelwachters en natuuronderzoekers. Griend is niet voor het publiek toegankelijk.

Doordat Griend niet door dijken wordt beschermd 'wandelt' het langzaam in oostelijke richting. Om het eiland voor de ondergang te redden zijn er in de loop der jaren maatregelen genomen om het te beschermen. Langs de zuidrand werden enkele strekdammen aangelegd. Rond 1988 werd het eiland verstevigd door de aanleg van een lage zanddijk langs de noordzijde. Sindsdien is het proces van afkalving omgezet in een proces van aangroei.

Natuur


Op Griend komt de grootste kolonie van de grote stern van West-Europa voor. Jaarlijks broeden ruim 10.000 paren van deze soort op het eilandje. Daarnaast broeden op Griend onder meer de visdief, Noordse stern, eidereend, bergeend, scholekster, tureluur, kokmeeuw, stormmeeuw, kleine mantelmeeuw, zilvermeeuw, grote mantelmeeuw en incidenteel zwartkopmeeuw en velduil.

Tijdens de aanleg van de zanddijk is het eiland gekoloniseerd door de bosmuis. Griend wordt beheerd door de
Vereniging Natuurmonumenten.

Bron: Wikipedia

08/09/2012

Eiland in mijn levenszee

We hebben de zee sinds onze aankomst op Terschelling niet meer gezien. Alleen maar gehoord: het geluid van de branding in de verte. Op zondagmiddag lopen we de duinen in, de zee tegemoet. Het geluid van de branding wordt steeds sterker, maar het pad door de duinen gaat nog door. Tot er ineens dat moment is dat er achter dit duin niet nog een volgend duin ligt, maar de zee! Prachtige wolkenluchten komen voorbij en zand stuift in bijzondere patronen over het strand. Af en toe bukken we voor een schelp, of springen opzij voor een golf.


Is het de leegte die zo bevrijdend werkt? Of het ervaren van de kracht van de natuur? Relativeert dat je dagelijkse beslommeringen? Is het de wind die je gepieker wegblaast? Er gaat iets rustgevends uit van lopen langs zee en strand. Lange tijd kwamen we veel op Schiermonnikoog, en ik herinner me hoe die wandelingen mij kracht gaven en rust. Gisteren heb ik een gedicht overgeschreven in café 'De walvis' waar wij wat dronken, terwijl wij een prachtig uitzicht hadden over het wad en de ondergaande zon:

Al lopend over het wad
Verander ik langzaam in mijn omgeving.
Ziltig ruikt de lucht, zout proeft mijn huid
Zand kriebelt zich een weg naar overal.
Mijn gedachten worden weggevoerd door de wind
Zodat ik zweef tussen hemel en aarde
Wat rest is stilte en tevredenheid.

De wind is koud en de lucht dreigend. Toch is het moeilijk om weer om te keren. Want hoewel je je nietig voelt in deze uitgestrekte grootsheid van de natuur, voel je je tegelijkertijd opgenomen in dit grote geheel. Het is vreemd tegenstrijdig hoe je je geborgen kunt voelen in deze eindeloosheid: de hoge hemel, de eindeloze zee, de wind die alsmaar voorbij raast, de branding die altijd in beweging blijft.


Later lopen we door West-Terschelling en op een raam is een gedicht geschreven. Het omschrijft die vreemde tegenstrijdigheid van die uitgestrektheid én geborgenheid:

Ik droomde da tik eenzaam woonde aan de zee
Op blote voeten liep ik langs de vloedlijn
Met waterwolken naast en boven mij
Er liepen meeuwen langs mij mee.

Een tijdeloos alleen zijn, lijkend op eeuwigheid
Maar soms, tussen de lage luchten en het zand
Als in de holte van een hand
iets van geborgenheid.

Nico Laterveer


Voor veel mensen, eilanders én gasten, zijn zee en wind, eb en vloed, wad en Noordzee bronnen van bezinning en inspiratie. Zo is een eiland een bijzondere plek: je komt letterlijk los van je gewone leven door de overtocht en je krijgt ruimte om op een nieuwe manier te kijken en je leven anders te ervaren. Zo zijn deze dagen een kostbaar geschenk op mijn levenszee:
eiland van rust en stilte, licht en hoop.